Lang leve Ad!!!
Toen ik, na een zevenjarig verblijf in het Limburgsche, terug in Goirle kwam wonen, stelde ik onmiddellijk twee belangrijke veranderingen vast: allereerst is daar een heerlijk carillon dat op het halve en hele uur zijn tinkelende, zilveren klanken over ons dorp uitstrooit tot verkwikking van de harten der inwoners, en ten tweede is daar een witte, naakte man die doodgemoedereerd op een balkon langs de Tilburgseweg zichzelf exposeert. Ja, het carillon en de man bewijzen dat het in Goirle qua klokkenspel wel goed zit.
Doch nu eisen de gemeenteraadsverkiezingen onze aandacht op. De vraag dringt zich op hoe het met de Goolse klepels zit die staan te popelen om straks in de raad namens ons, de kiezers, te beieren dat het een aard heeft. Van je bimmele, bammele, bom, het is verkiezingstijd, wat ik je brom. Honderd klokken van Goirle doen Goirle bonzen. Van dát werk.
De strijd om des keizers baard en des kiezers gunst mag hier dan klinken als een klok, er heerst in ons dorp gelukkig geen ordinaire plakoorlog, zoals in Tilburg. Op dit moment - het is nu 30 januari 2010, en de klok wijst 16.53 uur - hangen er nog maar een paar affiches op de grotendeels nog lege plakborden. Weinig verrassende affiches bovendien; de bekende hoofden die even de verstandige les van hun moeder vergeten waren: als de klokken van Rome slaan, blijft je gezicht zó staan. De SP kent de geschiedenis van Medusa en heeft het wijselijk niet aangedurfd om het portret van hun Geert af te beelden. Ook lijst 7 doet het zonder politiek aangezicht. Stemmen op lijst 7 is een sprong in het ongewisse, lijkt de boodschap. Nee, dan kan ik de lezer van deze regels beter wijzen op het voortreffelijke en - niet aan de grote klok hangen!- sympathieke hoofd van Ad Adriaansen. Tsjonge, dat is nou eens een kop om van te smullen. Helder! En zo kom ik op een derde, belangrijke verandering in Goirle: de roemruchte Goirlesche Katholieke Arbeiders Partij (GKAP) is ergens in de loop van de afgelopen jaren uiteengevallen in een Sociaal Collectief enerzijds en een lijst Couwenberg anderzijds. Het waarom van dit schisma is me niet helder. Ik vernam iets onduidelijks over dat als men de kat de bel aanbindt, of op het spek bindt, hij dan rare sprongen kan maken. Enfin, in de lijn van de beste Goirlese tradities is de zaak op de spits gedreven, en is de politieke versplintering weer een stap verder gekomen.
Als u gaat stemmen, heeft u in ieder geval ruim de keus. Kiest u maar. Ja, hoe dan? Wel, je kunt een dobbelsteen meenemen het hokje in (dan wel twee keer gooien, want anders hebben de lijsten 7 en hoger geen eerlijke kans!), of je kunt een studie maken van de nagenoeg gelijkgestemde programma’s van de diverse partijen. De eerstgenoemde aanpak scheelt u een hoop tijd en chagrijn, want, heus, die programma’s zijn allemaal even saai, serieus, braaf en verantwoord. Onze dames en heren politici kleuren met z’n allen keurig binnen de lijntjes, tot heil van Goirle en Riel.
Ik houd van die zeldzame politicus die zo nu en dan wél eens uit de plooi komt, en voor de goede zaak uit de band springt. Die eens met een heel gek voorstel op de proppen durft te komen, ten behoeve van die goede zaak.
Welnu, ik ga u niet aan uw nieuwsgierige neus hangen op wie ik op 3 maart ga stemmen, maar als u er voor uzelf nog niet uit bent, wil ik u wel even nadrukkelijk wijzen op de recommandabele, welgeschapen, puike, karaktervolle kandidaat Ad Adriaansen. En wel hierom.
Vanwege Ad’s hartstochtelijke pleidooi voor ’t Kelderke. Even voor alle duidelijkheid: ik ben in dezen geheel neutraal, want ik ben nog nooit in ’t Kelderke geweest, en ik zal er, als het (tegen alle waarschijnlijkheid in) mocht blijven bestaan, ook nooit komen. Maar ’t Kelderke hoort bij Gool, potverdorie. Ik zeg, mét die rare, eigenwijze Ad, dat ’t Kelderke moet blijven!
Ik neem u nu mee naar een raadsvergadering in november vorig jaar, toen Ad zich de blaren op zijn tong betoogde jegens wethouder Van Eijkeren wien het lot van de genoemde soos zichtbaar - ik let op lichaamstaal! - geen biet kon schelen. En Ad bemerkte evenzo, dat de wethouder zich niet serieus zou inspannen, zo hij al überhaupt enige moeite zou willen doen. En, verdomd, dát was mooi: Ad ging over de schreef, en hij stelde de wethouder voor om de eigenaar van het Bondsgebouw te pressen, te dwingen, te chanteren desnoods, om ’t Kelderke te redden. Goejanverwellesluis, dat was grootsch en meeslepend, maar helemaal fout natuurlijk. En daarom zeg ik: wèg met Ruud van Eijkeren (wegwezen, vort, terug naar Tilburg!!) en leve onze Ad!
Zoek het sympathieke hoofd!
|